Economische Rendabiliteit

Woensdag 28 mei 2008

De meeste vaders beseffen niet wat ze dagdagelijks missen met hun kinderen, want ze zijn er niet. En datzelfde geldt hoe langer hoe meer voor de moeders.
Hoe groot de kinderwens bij beide ouders dikwijls ook is, toch wordt er van bij de conceptie al naarstig op zoek gegaan naar een crêche of een onthaalmoeder om de baby tijdens de werkuren achter te laten. Daarnaast vinden vaders en moeders in spe het wel handig om een student(e) in de buurt te hebben die zich bereid verklaart oppas te spelen, wanneer het tijd wordt voor quality time zonder kind. Nakomelingen gaan in elk geval op die manier wel heel veel kosten.

Vroeger had men een andere logica, dezelfde als in heel veel ontwikkelingslanden heden ten dage: een kind is een verzekering tegen de oude dag. Hoe meer kinderen, hoe meer kans op een zorgeloos pensioen. Kinderen zijn een investering die op termijn economisch moet renderen. Een kind kost een villa? Dan dient het later een villa met zwembad op te brengen.

Tegenwoordig wordt er van geen enkele zoon of dochter nog verwacht dat ze economisch rendabel zijn. Als ze ons maar doodgraag zien, als ze maar hun best doen (in de maat lopen is dikwijls al genoeg), dan zijn papa en mama best tevreden. Maar ondertussen worden de ouders gedwongen economisch dubbel te renderen en kunnen ze nog weinig genieten van de liefde van hun kinderen...

Alexander leunt over mijn schouder en leest mee terwijl ik typ. Met een zucht geeft hij me enkele schouderklopjes.
"Wat een gezeur," zegt hij. "Je wordt oud, paps. Ik ga toch studentenwerk doen tijdens de vakantie?"
Je mag raden hoeveel eurocenten we daarvan zullen zien. Of hoeveel van het verdiende geld hij spendeert aan de algemeen gangbare primaire behoeften (niet de zijne dus). Maar hij houdt wel mee 's lands economie van overbodige spullen draaiende.

Ach, af en toe moet een mens eens zeuren. Voor mij zijn ze meer waard dan een villa met zwembad.

Van de baan

Zondag 25 mei 2008

Vandaag is er een Amerikaans vrachtvliegtuig in Zaventem van de startbaan geraakt en in twee stukken gebroken. Om half twee vanmiddag laste de VRT een extra nieuwsuitzending in. Ik stond op het punt Maxime weg te brengen naar de jeugdbeweging, maar stelde dat nog even uit. Samen met mijn dochter keek ik eerst naar dit nieuwtje, heet van de naald. Wat kwamen we te weten? Een: er was geen brand. Twee: er waren geen slachtoffers. Drie: de oorzaak was nog niet gekend. Met deze non-informatie slaagde de nieuwsdienst er een kwartier lang in ons bezig te houden. Twee journalisten ter plaatse, één aan de ene zijde en een aan de andere zijde van het verongelukte vliegtuig slaagden er in exact hetzelfde te vertellen zonder dat ze het met elkaar afgesproken hadden.
"Nieuws voor pubers," zegt Max.
"Waarom?" vraag ik.
"Wel, jij zegt toch steeds dat pubers het nooit van de eerste keer begrepen hebben," legt ze uit. "En zij hebben minstens vier maal hetzelfde gezegd."
Een vlijmscherpe analyse, dat geef ik toe. Daaraan zouden veel journalisten een puntje kunnen zuigen.

Om in dezelfde sfeer te blijven: een week vieren dat je verjaard bent: je bent een Goed Voorbeeld voor alle feestneuzen, Chaosmoeder ;-)

Vergeten vieringen

Woensdag 21 mei 2008

Daar zakt mijn broek van af! Ongeveer alles wordt tegenwoordig gejubileerd: intussen weet elk levend wezen in België dat 50 jaar geleden op de Expo miljoenen bezoekers verwelkomd werden door vrouwen met het nieuwe beroep hostess. En dat is niet het enige waarmee we om de oren worden gekletst. Elke krant of tv-zender die zichzelf respecteert heeft ondertussen reportages of programma's gepubliceerd/uitgezonden over de beruchte studentenrevoltes in '68 (40 jaar geleden) en de stichting van de staat Israël (60 jaar geleden).
Wat mij uitermate verbaast is dat niemand tot nu toe een seconde aandacht besteed heeft aan het feit dat in 1948 (dus eveneens precies zestig jaar geleden) de vrouwen eindelijk stemrecht kregen. Zelfs Kristien Hemmerechts heeft daar geen tijd voor, omdat ze een proces moet voeren tegen openlijk seksisme in de literatuur! Is dat stemrecht dan geen belangrijker mijlpaal in de emancipatie van de vrouwen? Moet niet herdacht worden dat dit recht nog maar enkele decennia geleden ingevoerd werd, veel te laat dus? Moeten we daar niet minstens een glas op drinken, op deze stap vooruit in de gelijkschakeling van beide geslachten? Moet er niet worden geëvalueerd wat voor resultaten dit recht uiteindelijk opgeleverd heeft? Eigenaardig toch, dat niemandniemand daar met een woord over rept... Of heb ik me van jaar vergist? Of gaan de mensen liever kijken naar een expositie over het Kongodorp, die tijdens de wereldtentoonstelling een denigrerend beeld schetste van de "inboorlingen' uit Afrika en een kaakslag was voor alle zwarten?

Chausmoeder, drink ook een cava op het stemrecht voor vrouwen, nadat je bekomen bent van de verrassing dat de wereld kleiner en minder anoniem is dan eerst vermoed. Ik blijf benieuwd in welke stad ik iemand op stiletto's ga ontmoeten... Begin alvast te oefenen, dan kunnen we bij die gelegenheid een fles cava delen...

Grapjaske, hartelijk dank voor je mooie complimenten ivm mijn boek. Indien je je gegevens achterlaat op alleenvader@hotmail.com , zal ik ervoor proberen te zorgen dat er voor jou een ingebonden en gesigneerd exemplaar opzij gehouden wordt...

De penis en het mes

Dinsdag 20 mei 2008

De laatste tijd kom ik in de boekskes Kristien Hemmerechts regelmatig tegen met weinig om het lijf. Ik weet niet wat ik daarvan moet denken, maar ze zal het wel uit vrije wil doen, zeker. Mogelijk is het een promotie voor haar nieuwe essay De man, zijn penis en het mes, waarin ik waarschijnlijk zal terugvinden waarom zij er voor uit de kleren wil/moet gaan. De titel van het boek geeft me niet echt een gemakkelijk gevoel: een penis en een mes, dat associeer ik met erg pijnlijke situaties , waaraan ik niet echt wil denken. Hoewel ik zeer veel respect heb voor alle voorvecht(st)ers van emancipatie, op welk vlak en van welke aard dan ook, voel ik mij als man toch wat veiliger bij een titel als Het penseel van de liefde.
Mevrouw Hemmerechts, ik zal je boek(je) lezen. Spaar mij en mijn mannelijkheid dan. Ik zal braaf zijn.

Moedeloos

Zondag 18 mei 2008

Oef, de werklui zijn eindelijk weg. De laatste dagen heb ik al meermaals in de tuin gestaan om de achterzijde van het huis te bekijken. Het resultaat mag gezien worden. De terracottakleur van de keukenmuur geeft een zuiders tintje aan het terras en nodigt uit om te gaan zitten; ik heb het meubilair intussen buitengezet. Het nieuwe tuinhuis staat er en het hout is reeds behandeld met olie, klaar om jaren weerstand te bieden aan het weer en ongedierte. Het wasplaatsje is proper afgewerkt en een radicale verbetering tegenover vroeger, alhoewel ik van tevoren wist dat de zouten nooit helemaal uit de muur gingen verdwijnen, tenzij men hem afbrak en opnieuw metselde. De keukenvloer oogt mooi en is gemakkelijk te dweilen. Binnenkort ga ik de tuin omploegen en tegen volgend jaar zal er een voorbeeldgazonnetje staan.
Dit alles zou tot enige tevredenheid moeten stemmen. Zou, want de overvloedige regenbuien van de afgelopen etmalen hebben daar een stokje voor gestoken. In de hoek van mijn keuken, aan de binnenzijde tegen het eigenlijke woonhuis heeft zich een vochtvlek van 20 bij 10 centimeter ontwikkeld. Een lek in het dak dus, dat nog maar zes jaar geleden totaal vernieuwd werd. Ik kon er mijn ogen niet van afhouden. De vlek belemmerde mij gisteren mijn vrije dag op een normale manier door te brengen, legde een rem op al mijn activiteiten. De gevelwerkers zouden vervangen worden door dakwerkers. Een huis met karakter vraagt om een permanente inspanning.
Dat liet Alexander zich gisteren niet aan het hart komen: HIJ VERJAARDE (!!) en kwam gauw binnengesprongen om zijn rechtmatige cadeau op te eisen. Hij keek even mee omhoog, in de richting van het vocht aan het plafond.
"Ach, paps, het is maar water," zei hij. "Dat zal wel vlug drogen. Het wordt zomer."
Zo, ik moest er mij dus niet te veel van aantrekken. De tsunami in Azië was ook "maar water". Door deze overmoedige vergelijking kon ik mijn kleine ramp al enigszins relativeren.

Reactie op reactie

Donderdag 15 mei 2008

Van harte gefeliciteerd met jouw belangrijkste dag, Chaosmoeder! 1961 is trouwens een uitgelezen jaar voor een geboorte, ik kan het weten!Succes gehad op het werk met je kroondiadeem met flikkerlichtjes? Voldoende gezoend? Verkozen als syndicaal afgevaardigde?Laat me weten of ik jou alvast een paar pumps met stilettohakken kan bezorgen om te oefenen... Zo ben je wel dadelijk te herkennen als ik je tegenkom ;-) Ik kijk alvast uit naar je boek, maar ondertussen schrijf ik naarstig verder aan het mijne. Misschien is dat een bijkomende motivatie?

PS: Een pluim voor je kennis van het Romeinse kalendersysteem (de Iden)

Oeps

Woensdagavond laat 14 mei 2008

Een mens lijkt wel voorgeprogrammeerd: als hij een verlengd weekend heeft zoals laatst met Pinksteren, blijft hij er toch van overtuigd dat de eerste werkdag van de week een maandag is. Dat overkwam mij gisteren, zo constateer ik nu, bij het schrijven van het korte emo-stukje over mijn dochter. In werkelijkheid gebeurde dat niet eergisteren, maar dinsdag. Tijdens een vrijetijdsperiode, zelfs al is die verlengd, overvallen haar die buien uiterst zelden.

Ook de werklui hebben geen flikker uitgestoken op de feestdag. Het blijft duren. Ik ruim ondertussen hun rommel op en steek alles in een zak, die ik ostentatief neerzet bij hun stellage, zodat ze dat tenminste ook niet vergeten mee te nemen als ze klaar zijn met hun job. O wat ben ik mezelf weer buiten proportie druk aan het maken. Ergens heb ik wel gelijk: uit ervaring weet ik dat, hoe langer het duurt, hoe meer de kostprijs naar boven toe zal afwijken. Het logen van de deuren zal voor volgend jaar zijn. Mijn tuinfeestje in juni gaat echter door, dat gaan ze mij niet afnemen! Alexander staat me vanuit het deurgat gade te slaan, terwijl ik de nieuw bezette keukengevel minitieus - elke vierkante decimeter is ongeveer twee euro waard - inspecteer.
'Dat zie je beter bij daglicht,' zegt hij. 'Hopelijk is alles zaterdag klaar.'
Ik frons mijn wenkbrauwen en kijk hem vragend aan.
'Paps, doe niet zo flauw!' Hij draait zich om. 'Ik verwacht nochtans een groot cadeau!'
Zijn verjaardag! Even een nanoseconde uit het oog verloren! Een mens kan niet aan alles tegelijk denken... Misschien moet ik zelf maar de deuren onder handen nemen.

Emo

Maandag 13 mei 2008

Uitzonderlijk, dit weekend, het mag gezegd worden... Een stralende zon, het eerste festival (Mano Mundo, op wandelafstand van ons huis), Alexander gelukkig met zijn lief en Maxime even gelukkig met vriendin Sanne, die is blijven logeren.
Gisteravond sloeg de zwartgalligheid echter toe bij mijn dochter. Om de ene of de andere onduidelijke reden was ze echt in een diepvriesstemming, die deze ochtend nog niet overgewaaid is. Om de sfeer er in te houden, probeer ik zo luchtig mogelijk te doen. Ik krijg slechts korte, afgebeten reacties. Vlak voor ze naar school vertrekt, geeft ze enige uitleg: "Dat is gewoon bij pubers, die wisselende stemmingen. Je moet niet gaan denken dat ik plots een emo geworden ben." Er zijn dus nog variaties mogelijk op hetzelfde thema, die volgens stijl kunnen worden ingedeeld. Doe mij dan maar de zeer tijdelijke en onmiddellijk overwaaiende humeurigheid.

Ik krijg toch nog een kus voor ze vertrekt.

Prioriteiten

Vrijdag 9 mei 2008

Zo... Ik was even gekaapt door de website van Libelle, maar vanaf nu ben ik weer mijn volledige zelve op mijn eigen site. En voor diegenen die het gemist hebben: hieronder vinden jullie alle teksten van de afgelopen weken voor de lezeressen van Libelle. Geniet ervan! En nu ga ik een ijsje eten met Max; dit warme weer heeft zo zijn prioriteiten...



Mijn dochter wordt groot, soms groter dan ze is

Dochter Max heeft me enkele dagen geleden haar ticket laten zien. Ze was zo fier dat ze met haar vriendin naar het festivalletje mocht, enkele popgroepjes die overdag en ’s avonds in de gebouwen van haar school zouden optreden. Vanaf 23 uur volgde er een fuif, maar daar moest men minimum zestien voor zijn. Met haar twaalf komt ze dus nog ettelijke jaren te kort. En om 21 uur 30 stipt zou ze terug thuis worden verwacht. Het evenement vormde kort samengevat een eerste test in het geven van vrijheid (vanuit de ouder) en het omgaan met de grenzen van die vrijheid (vanuit het kind).

Niet dat ze haar zin zomaar en in één-twee-drie gekregen heeft: er is overleg geweest met de mama en er zijn enkele telefoontjes naar ouders van schoolkameraadjes aan vooraf gegaan. Alle binnengekomen informatie werd gewikt en gewogen en leidde ten slotte tot de toestemming onder de vermelde voorwaarde.

Daags erna blijkt het gebeuren over de hele lijn een succes te zijn: Max heeft zich uitstekend geamuseerd en respecteerde de tijdsafspraak. Iedereen tevreden dus. Ze zit duidelijk nog na te genieten aan de eettafel.
‘Paps?’
‘Mja?’
‘Tine gaat volgende week met haar papa en mama een lang weekendje aan zee doorbrengen. Ze heeft gevraagd of ik een nachtje kom slapen. Het mag van haar ouders… Als je me vrijdag naar het station brengt, neem ik de trein wel tot daar.’
Ik heb nog nooit gehoord van Tine, laat staan van haar ouders. De trein, nochtans een veilig transportmiddel, zal haar honderdtwintig kilometer ver weg voeren naar een totaal onbekende bestemming. Dit lijkt me een sprong te ver in haar groeiproces naar een zekere zelfstandigheid. Als zij deze vrijheid krijgt, zal zij mijn fysieke verantwoordelijkheid naast zich moeten dulden. Het staat iedere bakvis natuurlijk vrij die grenzen van papa of mama eens te verkennen.


Botsing der sexen

Wat me nu overkomen is! Je denkt dat zoiets altijd bij een ander gebeurt, een onbekende, of beter: je bent ervan overtuigd dat het je niet kàn overkomen, omdat het zo verschrikkelijk banaal lijkt. Niets is minder waar dan dat.

Om tien uur in de voormiddag steek ik rustig een straat over op het zebrapad, volkomen reglementair dus. Vanuit mijn ooghoek heb ik gezien dat een auto aanstalten maakt om diezelfde straat in te slaan, maar daar schenk ik voor de rest geen aandacht aan. Ik ben met mijn één meter negentig voldoende zichtbaar en mijn voorrangspositie op het zebrapad heeft me steeds een gevoel van veiligheid gegeven. Als ik ongeveer in het midden van de straat ben, haalt zijn voorbumper mij terug naar de realiteit en doet me met een smak op zijn motorkap belanden. Ik ben aangereden, op het zebrapad, nota bene! Geschrokken en kwaad krabbel ik overeind. De snelheid van het voertuig was van die aard dat ik gelukkig alleen morele schade opgelopen heb. Verontwaardigd richt ik mijn blik naar de persoon aan de bestuurderszijde. Het blijkt een dame van middelbare leeftijd te zijn, die totaal verbouwereerd is en haar twee handen op het stuurwiel geklemd houdt, bang afwachtend van wat er gaat komen. Mijn woede ebt langzaam weg. Waarschijnlijk wil ze mij vertellen wat ik al weet: dat ze het niet met opzet heeft gedaan, een ogenblik van onoplettendheid, er was zoveel tegelijk om rekening mee te houden, excuseert u mij, excuseert u mij… Ik begeef me naar de zijkant van de auto en zij draait het portierraampje naar beneden: “Oh, mijnheer, ik had u niet…”
“Rustig, mevrouw. Zo te zien ben ik nog heel. Dus alles valt al bij al mee.”
“Oh, mijnheer…”
Een van de achterliggende wagens laat een luid getoeter horen.
“Gaat het mevrouw? U moet nu uw weg voortzetten, want u houdt het verkeer op.”
“Ja.. jaja. Dank u.”
Ik been naar het voetpad. Voorzichtig rijdt ze verder, met een slakkengangetje, nog volledig uit haar lood geslagen. Achteraf stel ik vast dat niemand stilgestaan heeft bij eventuele deuken in het koetswerk van haar stadsautootje; mijn achtentachtig kilogram zal toch enige indruk nagelaten hebben…


Proces en Product

Ik ben altijd jaloers geweest op vrouwen, omdat van hen gezegd wordt – en het is blijkbaar ook wetenschappelijk bewezen – dat ze meer procesgericht zijn dan productgericht. Af en toe worden er mij “vrouwelijke” eigenschappen toegedicht, maar deze kwaliteit hoort er spijtig genoeg niet bij. Hoe graag zou ook ik willen genieten van elke fase bij een bepaalde activiteit, in plaats van altijd verkrampt te streven naar een resultaat. Het gaat zelfs zo ver dat in mijn harde schijf alleen het uiteindelijke doel opgenomen wordt, zonder rekening te houden met de gevolgen die de verschillende tussenstappen met zich meebrengen.

Neem nu de aanpassingswerken aan mijn huis, die sinds meer dan een week bezig zijn. Ik kan onmogelijk genieten van elke tussenfase, omdat het ongemak over het uitblijven van het eindproduct te groot wordt. Als voorbeeld hiervan wil ik het leggen van een nieuwe keukenvloer aanhalen en de tastbare gevolgen voor ons dagelijkse leven, omdat wij de ruimte dagen achter elkaar niet mogen/kunnen betreden wegens chapen, lijmen of voegen. Te laat heb ik door dat ik niets meer uit de koelkast kan halen en dat bovendien potten, pannen, servies en bestek onbereikbaar worden. Enige tijd later is er de vaststelling dat het geleende en gebruikte eetgerei zich opstapelt in de lavabo van de badkamer. Op zo’n momenten voel ik me echt wel een kluns, omdat ik van in het begin te weinig gepland heb. Gelukkig heb ik de microgolf tijdig naar de gang verhuist, zodat er dingetjes kunnen worden opgewarmd.
Misschien in het geval van het huis kan ik het proces beter laten voor wat het is en erg productgericht blijven denken. Ik begin eindelijk door te hebben dat men pas van het proces kan genieten, indien men het goed georganiseerd heeft. Die organisatie-competentie zal ik me met vallen en opstaan moeten eigen maken….


Geen diploma, geen kinderen

Alhoewel een mens zich afvraagt waar de kranten het telkens blijven halen, toch zijn er zowat dagelijks artikels die mij helemaal niet onberoerd laten. Soms wekken ze zelfs ergernis op en een enkele maal maken ze het zo bont dat de haren er (gelukkig in overdrachtelijke zin) bij bosjes van uit mijn hoofd vallen.
Zo is er het nijpende probleem van de kinderopvang, waar men het deze keer niet heeft over het tekort aan plaatsen, maar over de vrees voor kwaliteitsverlies. Een specialist van het Expertisecentrum Opvoeding en Kinderopvang spreekt op een internationaal congres zijn onrust uit over het feit dat kinderen in Vlaanderen meer en meer onder de hoede gesteld worden van laaggeschoolde mensen. Niet dat er al een echt probleem is, zo beweert hij, maar in de toekomst gaat dat niet goed zijn voor de professionalisering van de sector.

Daar moet ik nu even van gaan zitten. Dat een specialist vrijuit zo’n stelling mag poneren. Alsof alle competentie en kunde in dat verband uit dikke studieboeken moet komen en ervaring en effectieve zorg voor kinderen niet van tel is. Ik vind dit een kaakslag voor alle kortgeschoolden, die zelf vader of moeder zijn en met veel toewijding en liefde hun kinderen met de beste zorgen omringen. Een diploma in ouderschap bestaat immers niet; dat ervaringsbewijs krijg je door je in te zetten voor je kind, elke dag opnieuw, in voor- en tegenspoed, met een onvoorwaardelijkheid die geen gelijke kent. Dat kortgeschoolden inzake regelgeving en administratieve geplogenheden bij een professionele kinderopvang wat bijscholing of ondersteuning kunnen gebruiken, ligt voor de hand. Dat ze beschouwd worden als meer onbekwaam in het omgaan met kinderen vind ik een regelrechte schande.

Tien pagina’s verder lees ik dat een journalist het heeft over het feit dat leiders in de jeugdbeweging vlugger afhaken, wat de ervaring met betrekking tot de “pedagogische missie” doet afkalven. Hier telt vooral het engagement, want een specifieke opleiding is er niet. Jeugdleiders moeten gewoon goed zijn, punt uit. Geldt dat niet in de eerste plaats voor al wie met kinderen en jongeren omgaat?


Moderne Communicatie deel 1

Wonderlijk toch, hoe mijn zoon Alexander zijn contacten met de buitenwereld blijft verzorgen. De complexiteit van die communicatie en de schijnbare vaardigheid die hij daarbij aan de dag legt dwingen mij zijn activiteiten in dat verband telkens weer met een stijgende verbazing gade te slaan. Zowat elke avond zit hij in opperste concentratie achter zijn laptop, terwijl hij zich enkel bewust is van de digitale realiteit en al de rest rondom zich vergeet. Soms ontlokt hij mij een zucht van opperste verbazing, als hij razendsnel met tien tokkelende vingers alweer een boodschap naar de andere kant van de straat, of het dorp, of Vlaanderen, of België, of nog verder stuurt. Vroeger waren er de beruchte cursussen dactylo van Scheidegger, maar bij Alex lijkt het een gave te zijn: hij typt en typt dat het een lieve lust is en zodoende schoolt hij zichzelf in de kunst van het tienvingerige typen. Natuurlijk weet ik niet of zijn teksten foutloos zijn – als vader heb ik geen inzage in die geheime conversaties; de techniek beheerst hij echter volledig.

En nu begint het complexe: tijdens het chatten krijgt hij een berichtje aan op zijn gsm, dat hij, ondertussen verder turend op het scherm van zijn computer, blindelings en met twee dansende duimen via het klavier van zijn mobieltje beantwoordt. Vanaf dan wordt er een hele tijd geswitcht tussen het grote toetsenbord van zijn laptop en het kleine van zijn gsm, die telkens een signaal geeft als er een nieuw sms-berichtje binnengekomen is. Tenslotte veert hij opeens recht en roept: “Het is voor mij!!” Een nanoseconde later begint de looptelefoon te rinkelen en verdwijnt hij met dat toestel naar boven, naar zijn kamer.

“Wie was dat?” vraag ik, wanneer hij twee uur later opnieuw beneden verschijnt.
“ Een vriendin van school,” zegt hij. “Je hebt ze al gezien. Ze woont in dat huis op de hoek van onze straat.”
“Waarom…?” Ik slik mijn vraag in. Wanneer men slechts vijfenzeventig meter van elkaar verwijderd woont, lijkt het me logisch dat men even bij elkaar langsloopt om te praten. Maar dat is mijn logica.


PC Privé (Moderne Communicatie deel 2)

Sinds de verbouwingen aan het achterhuis kunnen we slechts gebruik maken van één sanitaire voorziening in de badkamer op de eerste verdieping. ’s Morgens is het meestal aanschuiven, omdat groot of klein gevoeg, wassen en tanden poetsen om beurten in diezelfde ruimte moeten gebeuren. Max, die sinds kort overdreven veel aandacht heeft voor het andere geslacht, doet elke ochtend voor de lavabospiegel lovenswaardige pogingen om zich van haar beste kant te tonen. Dat kan een tijdje duren. Maar het is Alexander die de gele trui krijgt, omdat hij de origineelste manier gevonden heeft om de tijd voor een dagelijkse was- en plasbeurt aan papa en zus te ontzeggen. Gisteren stond ik als naar gewoonte te kloppen op een gesloten badkamerdeur. “Bezet!” hoorde ik Alexander grommen. Ik had niet anders verwacht. In afwachting maakte ik beneden de lunchpakketten voor de kinderen klaar, zette de TV uit en zei tegen Maxime dat ze haar bord corn flakes moest eten en haar boekentas maken. Na een klein kwartier stond ik opnieuw, maar even vruchteloos boven.
“Zoon!”
“Ik zit op het toilee-eet!”
“Al eeuwen, ja! Straks beginnen jouw school en mijn werk!”
Een tiental minuten later was mijn geduld op. Ik duwde de deur open en stak mijn hoofd er door.
“Alexander…. Alexander, potdorie, dat is toch niet mogelijk!!”
Tja, gelogen had hij niet: hij zat op de toiletpot, broek op de enkels. Hij combineerde echter zijn natuurlijk met een digitaal gevoeg: zijn laptop stond opengeklapt op zijn knieën.
“Nog even goeiedag zeggen tegen Evelyne, paps. Dan sluit ik af.”

Sinds gisteren hou ik nauwlettend in de gaten dat Alexander het draadloze internet niet langer aanzet voor hij de badkamer in duikt.


De Ware

“Overdrijf je niet met dat liefje van jou?” vraag ik. Je bent tenslotte amper zeventien en je spreekt over je schoonouders alsof jullie al een tijdje jullie zilveren jubileum gevierd hebben.”
“Paps, jij moet niet zo overdrijven.”
“Kan ik dat niet beter tegen jou zeggen? Jullie logeren wekelijks beurtelings bij elkaar, of, straffer nog, alle vrije momenten zijn jullie samen! Zo verstik je elke prille relatie!”
“Papa, het lijkt wel of je jaloers bent! Het is toch niet mijn schuld dat jij de ware nog niet tegengekomen bent! Je kan ook gewoon blij zijn met mijn geluk!”

Zou er inderdaad zoiets als de liefde voor de rest van het leven bestaan? En zou die al een vaste vorm kunnen aannemen vanaf de prille leeftijd van zestien jaar? Ik weet het niet, dus ik gun mijn zoon het voordeel van de twijfel. En het feit dat hij echt uitgesproken kiest voor iemand, is toch wel mooi. Als papa mag je daar wel bedenkingen bij hebben, maar geen vragen over stellen.


Filosofische Gesprekken

Alexander ligt onderuit gezakt in de club, ik lig in de sofa. Beiden kijken we naar een of ander onbenullig programma op TV. Er wordt een tijd helemaal niet gesproken, zoals dat alleen kan bij personen die elkaar al lang kennen en dat soort van stiltes niet als ondraaglijk beschouwen. Als er iets wordt gezegd, zal dat van essentiële aard moeten zijn.
“Papa, wil je het licht van de staande lamp even dimmen?”
De club is vier meter van de lichtbron verwijderd, de sofa anderhalve meter. Mathematisch gezien bevind ik mij dus het kortste bij de schuifschakelaar. Ik heb echter geen zin om op te staan en ik heb allerminst last van het licht. Ik laat zijn vraag bijgevolg aan mij voorbij gaan.
“Papa!! Alstublieft! De lamp!”
Ik draai me op mijn zij en steek van wal met een verhaaltje, dat mijn zoon zichtbaar enerveert.
“Persoon A woont vijf kilometer van een restaurant en heeft grote honger. Persoon B woont slechts vijftig meter van datzelfde restaurant, maar heeft pas gegeten. Welke persoon gaat er tenslotte naar dat restaurant, denk je?”
“Papa, er bestaat zoiets als onbaatzuchtigheid,” zegt hij. “Je stelt me teleur.”

Daar heb ik niets van terug. Met zo’n mooi en moeilijk begrip heeft hij me onmiddellijk op mijn plaats gezet. Met enige moeite wroet ik mij uit de zetel en dim de verlichting.

“Dank u, papa. Goed gedaan.”
Het baasje van Fido de Hond had het niet beter kunnen verwoorden.


Recyclage

Heerlijk toch, die eerste zomerse dagen! Ik stel eens te meer vast dat het zonnige weer effectief het humeur beïnvloedt: iedereen loopt er vrolijker en vriendelijker bij. De eerste topjes verschijnen in het straatbeeld, terrassen worden buitengezet en het zal niet lang meer duren eer een zomerse loomheid ons veel te jachtige leven afremt. Maar eerst de lenteschoonmaak natuurlijk, een laatste winterkramp die traditioneel aan de huismoeder toegeschreven wordt, voor ze in een soort van zomerritme belandt. Misschien ben ik door mijn situatie mismeesterd, want ook van mij heeft die huismoederkramp bezit genomen: het huis moet schoon, de inhoud van de kasten moet op orde en alle overbodigheid gaat onverbiddelijk de vuilniszak in of naar het containerpark. Haren in de war en blootsvoets loop ik, slechts gekleed in shirt en korte broek, door het huis met volle en lege emmers, borstels, dweilen, afval, oude kleding, Bobby (de stofzuiger) en met het gevoel van: ik wil alles proper.
Alexander ligt languit in de sofa en slaat het gedoe gade. “Papa, je bent je echt aan het forceren. Hiervoor kan je best wat hulp zoeken…” Ik staar hem aan.
“Neenee, ik ben niet de juiste persoon…” Daar heeft hij groot gelijk in. “Maar er bestaan toch dienstencheques…” Hij is mee met de recente tewerkstellingsmaatregelen.
Intussen zit Maxime verwoed in een stapel oude kleren te graaien, die klaarligt om voor altijd uit ons huis en leven te verdwijnen.
“Wauw, paps! Wat een overcoole t-shirt! Wil jij dat weggooien?” Ze houdt een tot op de draad versleten stuk textiel voor haar borst, dat stamt uit de tijd van de oliecrisis uit de jaren zeventig. Het heeft tot nu toe alle grote opruimacties overleefd. “Mag ik het hebben? Toe, pap!”
Ook mijn zoon wordt onweerstaanbaar aangetrokken door alles wat door mij afgeschreven werd. Hij vist een paar bretellen op en past ze. De jas met de krijtstreep vindt eveneens genade in zijn ogen.
En om een lang verhaal kort te maken: uiteindelijk verhuist ongeveer de helft van de kledingstukken gewoon van mijn naar hun kleerkast. Zonder dat er een kringwinkel aan te pas gekomen is.


En nu even ernstig, paps

“Papa, wanneer ga je nu eindelijk een echte vriendin hebben?”
“Ik heb toch veel echte vriendinnen, schat?”
“Neen, je weet dat ik dat niet bedoel, paps,” zegt Maxime geërgerd. Met ernstige zaken moet men geen loopje nemen, zeker niet als ze door haar worden aangekaart. “Binnenkort ben je te oud om nog iemand te vinden. Of wil je de rest van je leven alleen zijn? Je moet niet denken dat ik hier blijf wonen tot mijn veertigste!”
“Vroeger zei je altijd dat ik bij jou mocht komen logeren op mijn oude dag,” zeg ik haar verwijtend. “Jij zou mij verzorgen en eten koken!”
“Dat was vroeger,” antwoordt ze ferm. “En nu is nu. Omdat ik dat ooit gezegd heb, zoek jij helemaal niet meer.”
“Meisje, met iemand een relatie beginnen is niet zoiets als een rijpe appel uit de fruitmand kiezen.”
“Maar je bent toch best leuk? Nog net niet te oud en net niet te dik.”
“Dank je, lieverd. Misschien moet ik dat in een contactadvertentie zetten.”
Even zwijgt ze, alsof ze daadwerkelijk overweegt of dat een goede optie is.
“Wat vind je van R.?” vraagt ze vervolgens. “Zij is zo mooi en lief….”
Max is een doorzetter wat het oplossen van problemen betreft.
“…En getrouwd, meisje, met een leuke man trouwens.”
“Ken je echt geen vrouw die je sympathiek genoeg vindt?”
“Tsja,” zeg ik alsof ik weifel, “er zijn er wel enkele….”
Ze haakt er gretig op in. “Uitnodigen!” roept ze. “Broer en ik zullen dan iets lekkers klaarmaken.”
“Niet dit weekend,” murmelt Alexander vanuit de sofa. Ik dacht dat hij ingedommeld was. “Teveel afspraken. Een weekje wachten kan geen kwaad, hé, paps.”
Zo, dat hebben de kinderen goed geregeld. Ik kan op mijn beide oren slapen.