Mijn eerlijkheid gebiedt me terug te komen op de voorbarige vaststelling dat er door de nieuwsredactie van het VRT-journaal helemaal niet gereageerd werd op mijn correctie met betrekking tot het bericht over de nieuwe openbare toiletten in de Brusselse binnenstad (journaal van 13/11/2009). Vandaag, niet eens een volle vier dagen later, zit er een antwoord van de VRT-webredactie in mijn inbox! Daarin staat, en ik citeer: "Hartelijk dank voor uw mail. Ik speel uw opmerking door aan onze redactionele medewerkers. Met vriendelijke groet." Ik wil dus mijn woorden terugnemen (zie mijn cynische blog van 14/11/2009) en mijn oprechte excuses aanbieden voor mijn onterechte uitlatingen. Door de relatieve snelheid van het wederwoord heb ik echter de lemma's "nieuws" en "heet van de naald" uit de definitie van het journaal geschrapt. Het begrip "correct" laat ik nog even staan, vermits er nog altijd een rechtzetting mogelijk is in Histories op Canvas.
Checken en dubbelchecken the sequel
Zaterdag 14 november 2009
Gewoonlijk bekommer ik mij niet om punten en komma's als de hoofdlijnen kloppen. Een journaal, zeker dat van de nationale omroep, moet echter correct zijn. Daar werken professionele redacteurs, daar worden researchers betaald om te kaderen en te verifiëren, geen excuus dus. Eerder op de dag was ik reeds opgebeld door één van hen die me vroeg wat ik dacht over de vrijwillige legerdienst vanaf 2010 als een soort van kastesysteem of boot camp voor laaggeschoolde jongeren. "Vraag het hen zelf," opperde ik, maar men zat wat krap in tijd om een representatief en camerageniek exemplaar op te sporen, tot daar aan toe. Gisteravond keek ik naar het nieuws, teneinde te zien wat ze er van gemaakt hadden. Maar daar wil ik het niet over hebben. Een ander item trok meer mijn aandacht en niet alleen omwille van zijn nieuwswaarde. "De stad Brussel heeft nieuwe openbare toiletten," kondigde Martine Tanghe aan, gevolgd door een reportage waarbij men het bewuste sanitair plechtig liet inzeiken. Men toonde ook een beeld van de afgeleefde latrines die tegen een kerk gebouwd waren. De commentator had het over "de enige plaats ter wereld waar er tegen de kerk geplast wordt". Deze journalistieke lapsus is des te erger, want men moet niet eens ver zoeken om deze onwaarheid te ontkrachten: tegen de O.L.Vrouwekathedraal aan de Handschoenmarkt en tegen de St. Norbertuskerk aan de Dageraadsplaats in Antwerpen wordt er ook al sinds decennia geplast! Dat ziet de doorgaans piepjonge en dus goedkope researcher echter niet vanop zijn bureel aan de Reyerslaan, terwijl die kennis voordien standaard in het hoofd zat van de oude, duurdere en dus ontslagen collega. Elke waarheid heeft zijn prijs.
Vrijwel onmiddellijk heb ik een corrigerende mail naar deredactie.be gestuurd, waar ik tot nu toe geen enkele reactie, zelfs geen bedankje op gekregen heb. De hoofdredactie vond het zelfs niet nodig een aanpassing door te voeren in het late journaal! U hebt allen gelijk als u beweert dat het in dit geval over een banaliteit gaat. Ik hou echter mijn hart vast wanneer diezelfde strategie ook gehanteerd wordt bij meer ingrijpende thema's.
Déjà vu
Vrijdagavond 13 november 2009
Ik ben weer serieus mijn eigen grenzen aan het aftasten. Tegen maandag heb ik kopij beloofd aan de uitgeverij, maar ik heb nog geen letter geschreven. Wat wil je, met dat werk van alledag. En op vrijdag de dertiende begin ik er niet aan. Dat heeft niks met bijgelovigheid te maken, maar alles met andere professionele en familiale verplichtingen. Als ik ooit die beurs van het Fonds voor de Letteren ontvang -weliswaar aangevraagd voor een ander boek dan dat van de deadline -, als ik ze ooit krijg... Ik verdamp gewoon, dat verzeker ik jullie. Zoveel mensen schrijven er niet. Een aantal zegt dat ze het gaan doen, ja. Ik zou ze niet graag de kost willen geven. Nu, ik wil het doen en ik ga het doen. Schrijven is trouwens de enige constante in mijn leven, buiten verloren liefdes, haha.
Vanavond bereid ik me mentaal voor op Grote Literatuur met een avondje TV: hartelijk gelachen met de show van Freddy De Vadder. En nu rusten. Waarmee ik me morgenavond ga belonen als ik iets op papier gezet heb, weet ik nog niet, maar het zal een enorme inspanning moeten compenseren.
Creatief met SOS
Zaterdag 7 november 2009
Niet helemaal toevallig belandde ik donderdagavond voor de tweede maal op de Boekenbeurs. Mij was ter ore gekomen dat er een feestelijke receptie georganiseerd werd door de alomgeprezen uitgeverij Vrijdag. Hapjes en drank, daar ben ik altijd voor te vinden. Het bijhorende drukwerk zal ik, zoals ik reeds eerder zei, later bekijken en besnuffelen in de voornoemde kwaliteitsboekhandels. Groot was mijn verbazing niet toen ik in hall 2 achter de enige rij handtekeningjagers het blinkende hoofd van Pietje "Wat-Hebben-We-Geleerd-Vandaag" Huysentruyt spotte. Omdat heel Vlaanderen zijn boeken intussen heeft, had hij een radicaal nieuw concept bedacht. Met een enorme strooibus schudde hij lettertjesvermicelli op lege bladen eetpapier, overgoot ze met een sausje en verkocht ze als hapklare recepten. Knap gevonden toch van hem, niet? Hij zette ditmaal geen handtekeningen, maar iedere koper kreeg een zakje letterkoekjes met een P, een I, een E en een T. Veel origineler dan dat saaie e-book en nog lekker ook!
Superdiscriminatie
Vrijdag 6 november 2009
Ze doen het weer, die deugnieten! Ditmaal haalt Weekend Knack zijn Supermama Blog van onder het stof, over mensen die een job en kinderen al dan niet weten te combineren en die driemaal per week hun visie geven op het beleid, op maatschappelijke issues of op het (on)evenwicht tussen hun werk en hun gezin. Het blogteam is met de natte vinger samengesteld uit vier mama's, één stiefmama, één oma en twee papa's, tot daar aan toe. Maar waarom geeft men in 's hemelsnaam deze rubriek de bedenkelijke en pre-industriële titel Supermama? Dit is opnieuw een kaakslag voor alle moeders, want men bevestigt hen eens te meer in hun traditionele rol. Bovendien ontkent men het bestaan van alle superpapa's ("Ze mogen toch meedoen met twee," zal een klein journalistje (v/m) piepen... Ja, inderdaad, ongeveer op hetzelfde niveau als de andersgekleurden in de midden- en de hogere kaders van de samenleving). Wie zijn die twee mossels die nog steeds met hun identiteit worstelen en zich daarom liever mama dan papa laten noemen? Ik word daar mottig van. Nogmaals: met dat soort van blogs helpt men de gelijkschakeling en de evenwaardigheid geen stap vooruit.
Olifantenpoot
Dinsdag 3 november 2009
Afgelopen weekend ging ik in Henegouwen, tegen de Franse grens, op bezoek bij mijn vriendin X, die een zeer groot ecologisch bewustzijn heeft. Haar opgeknapte landelijke woning met hoogrendementsglas, dak- en vloerisolatie, een put voor regenwater en tochtstrippen aan alle deuren getuigt van haar inspanning, of tenminste van haar overtuiging op dat vlak, want de inspanning was voor rekening van haar handige klusvrienden. Vanzelfsprekend sorteert ze haar weinige afval. In haar tuin kan men niet om het opvallend centraal opgestelde compostvat heen. Zonnepanelen zijn volgens haar niet toegelaten van de gemeente, maar het kan ook zijn dat ze ervan afgezien heeft omwille van de investering en de taalbarrière.
Ik zette me neer aan het lage salontafeltje en dronk de aangeboden kop chicorei. Intussen vertelde ze honderduit over haar wijze beslissing om in een hol van Pluto over de taalgrens te gaan wonen. Wegens de teloorgang van de zware industrie was de aanwezigheid van fijn stof minimaal in vergelijking met het volgestouwde Vlaanderen. Ze zei het niet, maar ik kon het opmaken uit haar betoog. Wat ik vond van haar nieuwe verblijf? Rustige omgeving, mooi uitzicht, gezellig vooral, originele inrichting, de moeite om regelmatig af te zakken. Dat ik dat zeker moest doen, beaamde ze, en wat de inrichting betreft, die had ze zorgvuldig bij elkaar gezocht, via snuisterwinkeltjes en brocanterieën en roepzalen in de buurt.
"Je zit op mijn laatste aanwinst," zei ze. "Vorige week zondag gekocht op een veiling in Jabbeke. Echt antiek, met certificaat en al. Geloof me, niemand heeft zoiets!"
Ik had er niet eens op gelet, dacht dat ik op een simpel houten krukje was gaan zitten. Bij nader toezien bleek het om een tot kruk omgevormde, echte olifantenpoot te gaan.
"Bedreigde diersoorten mag je toch niet omvormen tot meubilair?" opperde ik.
"Je hebt gelijk," antwoordde ze. "Vandaar dat certificaat, om te bewijzen dat het object komt uit een tijd dat het nog wel mocht."
Is dat nu ecologisch, wetens en willens spulletjes kopen die vandaag de dag verboden zijn, maar toch toegelaten omdat ze uit een andere tijd stammen en er nu eenmaal niets meer aan te veranderen is? En dan spreek ik nog niet over de ecologische voetafdruk die zo'n poot achterlaat bij het transport ervan uit een ander continent.
"Heb je al gedacht aan een windmolen in je tuin?" vroeg ik. "Misschien laat de gemeente dat wel toe."
Hoogmissen
Zondag 1 november 2009
Door mijn natuurlijke aversie voor hoogmissen van welke aard ook, heb ik recentelijk meer dan de kans gehad om het één en het ander aan mij te laten voorbijgaan. In de plaats daarvan heb ik echter de kelk telkens tot op de bodem geledigd.
Zo was er de start van de 73ste Boekenbeurs in Antwerpen, waar ik vrijdagavond bij de vooropening van stand tot stand ging terwijl ik de kwaliteit van de geschonken rode wijn vergeleek en alle moeite van de wereld moest doen om tussen alle VIP's een normaal mens te ontdekken. Boeken waren er ook natuurlijk, maar daar werd meer over gepraat dan in gelezen. Binnen x aantal maanden zal ik weerom aan mijn erudiete vrienden de naam van de auteur van de Debutantenprijs vragen en zij zullen mij weerom het antwoord schuldig blijven (maar ze zullen zich vreemd genoeg haar leeftijd herinneren: 62, lievedeugd, toch laat om eraan te beginnen, niet?) Koppig als ik ben zal ik tijdens deze twaalfdaagse hoogmis nog twee kelken ledigen, toevallig twee gezellige recepties die achteraf van die nare drankkringen op de bovenste boeken van elk stapeltje achterlaten. De schrijverijen zelf bekijk ik regelmatig genoeg en op een rustige manier in een aangename omgeving zoals De Zondvloed of Het Paard van Troje.
Zo is er vandaag allerheiligen, de feestdag van de bevoorrechten met de rijstpap en de gouden lepeltjes. Als het woord aan het begin van de zin had gestaan, zou het van mij dadelijk een hoofdletter gekregen hebben. Gewoonlijk richt ik niet veel uit op deze kerkelijke feestdag. In de extreem grijze weersomstandigheden vond ik echter een geschikte gelegenheid om Alexander en Max een stuk familiegeschiedenis mee te geven, vooral omdat het perceel met de graven van hun overgrootouders op het einde van dit jaar zal worden geruimd. Mijn moeder en broer, hun grootmoeder en oom, ontsnappen nog enkele tientallen jaren aan deze stap op weg naar de vergetelheid. Hen hebben mijn kinderen nog gekend, hen hebben ze meegemaakt. Maar de verhalen over de anderen, die zijn écht geschiedenis. "Kijk," zei Alexander, "geboren in 1893! Dat is wel heel lang geleden!" Voor hem leunen mensen uit die periode dichter aan bij de middeleeuwen dan bij ons digitale tijdperk. Misschien heeft hij niet eens ongelijk.
Abonneren op:
Posts (Atom)
