Afgelopen vrijdag en zaterdag waren dagen die gebukt gingen onder een zware bewolking en een regelmatige stortbui. Niet ongewoon voor deze tijd van het jaar, maar het zet een domper op de geplande BBQ ter gelegenheid van de verjaardag van mijn zoon, terwijl hij net nu volwassen wordt, 18 jaar (en strafrechterlijk meerderjarig, maar dat is mijn interpretatie)! Toen hij eergisteren opnieuw voor de duur van een week verkaste naar het huis van zijn mama, zei ik hem plagend dat hij nauwelijks nog 48 uur de tijd had om zijn ouders te laten opdraaien voor één van zijn strapatsen. Zuchtend schudde hij zijn hoofd - hij deed toch nooit iets fout! - en nam afscheid. Gisteravond kwam ik thuis van een uitstapje naar zee (Een receptie in een jachthaven, waar we vijf vijftigers met een ongekende overmoed - mannen dus, vandaar de overmoed - uitzwaaiden die per zeilschip tot Spitsbergen zouden varen, De Gerlache achterna. Wat veertigers met motorfietsen hebben, krijgen vijftigers met boten. Hun respectievelijke vrouwen bevestigden zonder uitzondering dat ze als achterblijvers een periode van rust en ontspanning tegemoet gingen) en mijn oog viel bij het afsluiten van de auto toevallig op het dak van mijn woning: het veluxraam van Alexanders slaapkamer stond wagenwijd open. Niet op een kier, nee, wagenwijd en bereid zoveel mogelijk regen te ontvangen en binnen te laten.
Ik rende met vier treden tegelijk naar boven. Zijn kamer was niet alleen gelucht, maar ook gespoeld (of hoe de fictie uit mijn roman een tastbaar feit wordt: ik ben een voorspeller!).
Straks ga ik hem een heel gelukkige verjaardag wensen, met een uitzonderlijk flinke zakcent (hij wordt volwassen!) en de klassieke gitaar, die hij al zo lang wilde hebben. En ik zwijg als vermoord over het voorval. Het is tenslotte zijn feest. Zipzip, mondje dicht en blijven lachen. Tot ik er kramp in mijn kaken van krijg.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten