Over uilen en eksters

Dinsdagnacht 5 mei 2009

Over Gouden Uilen valt niet veel te vertellen, behalve dat er een grote geldprijs mee gemoeid is en dat die jaarlijks naar een boek gaat dat (per categorie) door (telkens) vijf mensen als het beste beschouwd wordt. In de kranten en tijdschriften van deze week zullen journalisten daar zeker meer over te zeggen hebben.
Heel wat interessanter is de ekster die meerdere keren per dag in mijn tuin rondtrippelt en -fladdert. Hij vliegt niet langer op wanneer hij beweging ziet aan het raam; zelfs als ik de tuindeur open zet hij tegenwoordig onverstoorbaar zijn activiteiten verder. We worden elkaar gewoon, in zoverre zelfs dat hij zich al tweemaal op de vensterbank van de woonkamer genesteld heeft en met zijn snavel brutaal tegen het raam begint te tikken. Een tikkeltje overdreven, ik beken, maar ik heb daardoor het gevoel meer in harmonie met de natuur te leven, een zwaar geciviliseerde en fel afgebleekte Tarzan with his apes dus. De oerkreten laat ik achterwege: de dieren komen vanzelf af, als in de verhaaltjes over Franciscus. Tot mijn vriend W., die echt van alle markten thuis is, mij een verklaring geeft voor het gedrag van de ekster: de trillingen die hij met zijn getik veroorzaakt, jagen de kevertjes en andere insecten uit de kieren en spleten tussen het houtwerk. Hij trommelt gewoon zijn maaltijd bij elkaar. Zo, dat raadsel is alweer ontsluierd, terwijl dat van de Gouden Uil gaat weerkeren, elk jaar opnieuw. De mensensoort moet iets doen om de spanning er wat in te houden.

Geen opmerkingen: