Schijnbaar afgesloten periode

Zondag 19 oktober 2008

Mijn volgehouden dictaat om minstens hun eigen slaapkamer op te ruimen voor ze weer bij hun moeder gaan wonen helpt. Op het eerste zicht liggen de vuile kleren bijna allemaal in de wasmand en vind ik het afval niet meer verspreid over de woning, maar in hun papieremmertje. Uit gewoonte volgt er traditiegetrouw nog een inspectieronde, die niets te maken heeft met een ingebakken wantrouwen tegenover mijn kinderen, maar eerder te reduceren is tot een gewone neurose die de generaties overschrijdt en eenvoudig genetisch doorgegeven is. Om de één of de andere reden lijken die genen op Alexander en Maxime geen enkele vat te krijgen.
Controle als noodzakelijk onderdeel van het opvoedingspakket dus, zonder zwaar over elk punt of elke komma te struikelen. Een algemene indruk van properheid is voor mij voldoende. Een verdwaalde sok of papiersnipper vormt het bewijs dat hier geleefd wordt. Ik maak er geen gewoonte van te schieten op muggen.
Bij het herschikken van de kussens op het bed van mijn dochter stoot ik op een eenvoudig schoolschriftje. Als ik het opensla lees ik op de eerste regel Liefste J. De aangesprokene wordt omringd door hartjes. Ik klap het schriftje terug dicht: mijn zaken niet. Iedereen heeft recht op zijn eigen privacy en intimiteiten. Dat kan alleen als iedereen elkaar vertrouwt. Vermits ik niet alles met de kinderen wil delen, eis ik dat ook niet van hen. Op dat moment zie ik dat Maxime met hanenpoten DAGBOEK op de kaft geschreven heeft. Er zit dus een virtueel slot op. Zonder er verdere aandacht aan te besteden leg ik haar hartsgeheimen terug op de plaats waar ik ze gevonden heb.
Ik heb er trouwens geen dagboek voor nodig om te merken dat ze in haar bakvissenperiode zit: het thema jongens staat met stip op één, met vriendinnen wordt haast aan één stuk gegiecheld, omhelzingen en kussen van papa zijn verboden in het openbaar.... Als ze plotseling haar pas versnelt en tien meter voor mij gaat lopen, weet ik dat er jongens van haar leeftijd in aantocht zijn. Over straat wandelen samen met haar papa is op dat ogenblik not done.
Ach, gelukkig heb ik een oudere zoon. Die hertekening van de emotionele en affectieve band tussen vader en kind heb ik al eens meegemaakt. De laatste tijd is zijn aversie voor lichamelijk contact volledig weggeëbd en heeft zijn puberale afstotingsdrang plaats gemaakt voor overdadige knuffels, op de meest onverwachte momenten en op de meest publieke plaatsen. Het hoort bij het spel dat ik doe alsof ik de situatie genant vind en mij zo vlug als mogelijk wil ontdoen van zijn omhelzing, maar ik blijf het gewoon heerlijk vinden. Bijgevolg maak ik me totaal niet druk in het gedrag van mijn dochter. Niks geen afgesloten periode. De knuffels zijn tijdelijk uitgesteld, maar komen in alle hevigheid terug. Zeker weten. En zeker willen.

Geen opmerkingen: