Tot treurens toe heb ik dat liedje gezongen, met op mijn knikkende knie Alexander, kraaiend van de pret. Twee of drie was hij toen... Mijn knieën zouden hem nu niet langer verdragen. De grote paddestoel zou krak zeggen wanneer de kleine paddestoel op zijn been zou komen zitten. Een kleine paddestoel, zal de lezer zich verwonderd afvragen... Is dat geen manke vergelijking voor een bijna achttienjarige, zeer flink uit de kluiten gewassen zoon? Neen, tenminste als men die interpreteert zoals bedoeld, in de overdrachtelijke zin dus. Alexander is immers bijna nooit thuis te ontdekken, maar hij laat overal zijn sporen na: typisch voor een kleine paddestoel, niet? Deze ochtend bijvoorbeeld: nauwelijks vier (4) minuten heb ik hem gezien, en toch is hij er in geslaagd me een doos vanillewafels te verkopen ten voordele van - u raadt het nooit - één of ander zuipfestijn van de laatstejaars. Enkele uren geleden wees ik hem op een barst in de bepleistering boven de kaderkast van een binnendeur, het gevolg van de brute kracht waarmee hij het noeste schrijnwerk traditioneel dichtgooit. "Ben je er zeker van dat die er al niet eerder was?" en "Heb je daar sluitende bewijzen voor, papa?" vroeg hij met de nodige ernst in zijn stem. Advocaten Jef Vermassen of Kris Luyckx zouden het niet beter en met meer pathos kunnen verwoorden. Over zijn toekomst maak ik mij alvast geen zorgen. Dat kan ik niet over alles en iedereen met zoveel stelligheid beweren.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten