Zondagochtend is het nu, het prilste begin van de zomer en buiten een roekoerende duif is de wereld zinderend stil, klaar om los te barsten. De kinderen liggen in bed onbewust hun leerstof te verwerken, zo stel ik me voor, maar niets is honderd procent wat je verwacht. In een krant van eergisteren lees ik twee volledige pagina's over Hotel Mama: jongeren kiezen er vrij of uit noodzaak voor om langer bij hun ouders te blijven wonen. Hotel Mama? Over deze journalistieke kokervisie maak ik me vandaag niet druk. Alexander heeft in de lijn van de verwachtingen eveneens verklaard geen uitgesproken voorstander te zijn van een zelfstandig kotbestaan. Met een jaarabonnement van De Lijn is hij al best tevreden. En met de faciliteiten die hij thuis aangeboden krijgt. Eigenlijk wil hij daarmee zeggen dat hij me graag ziet en zich op zijn gemak voelt hier in huis. Dat krijgt hij echter niet over zijn lippen. Als doorsnee vader is het mijn taak wat te zemelen over de gemakzucht en de afhankelijkheid van de huidige jongvolwassenen. Heimelijk koester ik zijn aanwezigheid en overtuig ik mezelf dat ik één van de argumenten ben waarom hij wil blijven.
Misschien moeten we hem op termijn een autootje geven, opperde zijn moeder een tijdje geleden. Ik ben in dubio. Zo'n blikken doos, die na aankoop een voortdurende uitgavenpost blijft? Is dat een goede stap in het opvoedingsproces richting zelfstandigheid? Kunnen we hem niet beter een studio kopen in een studentenstad? Dan ondersteunen we echt zijn toekomst, met de huidige dure woningprijzen. Zijn vuile was dwingt hem regelmatig naar huis te komen. En ik heb een pied à terre als ik ter plaatse een overnachtingsgelegenheid wil. Of stel ik het me nu weer te simpel voor?

Geen opmerkingen:
Een reactie posten