Overijverig

Zaterdagvoomiddag 10 januari 2009

De schrijnwerker belde deze ochtend ontieglijk vroeg aan om de binnenomlijsting van de buitendeur te plaatsen. Het is mijn eerste dag van de week dat de kinderen bij hun mama wonen, dus de routine om wakker te worden op een onredelijk uur zit er nog in. Ik heb Alexander en Max gisteren volgens traditie de opdracht gegeven al hun vuile kleren en hun beddengoed te verzamelen in het centrale punt: de grote rieten mand in de badkamer. Regelmatig laat deze wekelijkse verplichting nogal wat te wensen over: sokken, ondergoed en andere zwerfkleding vind ik dan zowat overal in het huis op de meest onmogelijke plaatsen terug. Deze keer hebben ze zich echter behoorlijk van hun taak gekweten. Papa kan tevreden zijn.
Tot ik de trommel van de machine vul met een eerste lading wasgoed - aan het volume in de mand te oordelen schat ik dat ik deze handeling nog driemaal zal moeten herhalen. Wie beschrijft mijn verbazing (en een kleine opkomende ergernis, die gelukkig snel verdwijnt en overgaat in een meewarig schuddebollen) als ik onder de eerste laag kleding een nog proper gestreken en opgevouwen broek ontdek in het gezelschap van een paar ongedragen en okselfrisse sokken. Het textiel ruikt nog opvallend naar de lentebloesems van de wasverzachter, dus het is duidelijk niet gedragen. Grondig onderzoek naar de oorzaak van deze vergissing ga ik niet voeren. In de harde schijf van het selectieve geheugen van opgroeiende kinderen is deze informatie al lang gewist. Ze hebben gewoon hun taak te grondig uitgevoerd. Zo simpel is dat.

Geen opmerkingen: