Het valt me op, nee, correctie, het shockeert me dat de aandacht van de media voor tragedies afhangt van de context en de locatie. Neem nu bijvoorbeeld de Dutroux-affaire: onder andere de uithongering van twee meisjes staat meer dan tien jaar na de feiten nog steeds in het collectieve geheugen gegrift. Wanneer het monster Dutroux ook maar een futiele wijziging aanbrengt in zijn agenda, zoals een bezoek van nauwelijks vijf minuutjes aan zijn onteigende gruwelhuis in Marcinelles - onder zware bewaking overigens -, is deze activiteit voldoende voor een halve pagina met foto's vooraan in de krant. In een ander artikel, dat ongeveer een zesde van een pagina beslaat, wordt kort verslag gedaan van de 462 Guatemalteken die de hongerdood gestorven zijn ten gevolge van een mislukte oogst. Vooral kinderen zijn het slachtoffer: in het land lijdt 49 % van de peuters aan chronische ondervoeding. Bij de inheemse (lees: indianen-)bevolking loopt dat cijfer zelfs op tot 80 %. Hier is officieel geen sprake van een misdadig opzet, ondanks de graanschuren, boterbergen en voedselvoorraden in het rijke noorden. Voor de berichtgeving in dat verband heeft men ongeveer één woord per twee doden voorzien. Waarschijnlijk geldt hier de regel: NIMBY, of Not In My BackYard. Het gebeurt niet in mijn achtertuin, dus het kan nauwelijks mijn aandacht opwekken. Het verdriet, de wanhoop en de machteloze woede van de betrokken ouders is echter van dezelfde orde.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten