Times they are a-changing

Vrijdag 4 september 2009

Heb ik half augustus gezegd? Ik heb half augustus gezegd, terwijl er op 3 september nog steeds geen letter, zelfs geen aanhalingsteken of punt van mij verschenen was. Daar zijn natuurlijk redenen voor, gegronde redenen, die zich op een ander niveau bevinden dan degene die zoon Alexander zowat de hele zomervakantie uit de kast haalde om zich vooral niet te gaan inschrijven aan een universiteit van zijn keuze. De eenvoudige mededeling dat een studentenkaart vereist zou zijn om te kunnen deelnemen aan een spetterende openingsfuif ter gelegenheid van het nieuwe academiejaar trok hem echter over de streep. Politieke wetenschappen, ik had het kunnen denken: eerst uitstellen, treuzelen, drentelen en neuzelen, om dan een beslissing te nemen omwille van een plots opduikende opportuniteit, volledig in de lijn van wat er in de gazetten over de betreffende professionele gangmakers staat. Ach, eigenlijk ben ik gewoon jaloers dat hij tijd maakt voor de dingen die hij echt belangrijk vindt. Tot nu toe trekt hij zich meer dan behoorlijk uit de slag.
Het is de tijd van het jaar dat de verandering van seizoenen nog niet echt merkbaar is, maar al in mijn lijf zit: de gewrichten verstrammen, de spieren verstijven, heel mijn lijf wil zich nog vastklampen aan het Latijnse ritme van de zomer en verzet zich met alle geweld tegen de jachtigheid die komen gaat, al bezig is. Ik krijg hoe langer hoe meer het gevoel dat ik het soort van zoogdier ben dat gemaakt is voor een winterslaap, maar gedwongen wordt daar van af te zien.
Wat is er gebeurd in de warme zomerperiode? Drie weken ploeteren aan de afwerking van een dossier, vier dagen Parijs met de overheerlijke Fines de Claires n°1 in Le Bofinger aan de Rue de la Bastille, drie dagen Londen in gezelschap van een dochter met koopwoede en een voorliefde voor plas- en andere pauzes in Starbucks (wat maakte dat de culturele activiteiten beperkt bleven tot een blitsbezoek van drie kwartier aan het Tate Modern en een iets langer, interactief verblijf in het Design Museum, een soort van groot uitgevallen corsetteriewinkel), fragmenten geschreven en enig opzoekwerk verricht voor mijn volgende roman, van nabij twee echtbreuken en twee huwelijken meegemaakt, wat mijn overtuiging verkeerdelijk versterkt dat alles toch nog min of meer in evenwicht blijft, driemaal het gras afgereden (een zomers record), nooit in mijn tuin gezeten vanwege de naburige bouwwerken en plannen gemaakt om mij volgend jaar een fiets aan te schaffen (en er uiteraard mee te fietsen) en gedurende een maand een huisje op het eiland Kreta te huren met de bedoeling eens echt te ontsnappen aan deze heksenketel.
Tot slot: ik weet nu wat een omkeerpen en bister is, sinds dochter Max in Antwerpen naar de kunsthumaniora gaat en ik instond voor de aankoop van haar materiaal. Kunst kost geld, maar koken ook. Ik hoop dat ze er iets van zal bakken.

Geen opmerkingen: