Start to run

Woensdag 22 april 2009

Max, aan de telefoon: "Paps, ik wil dat je vanavond klaar staat om met mij een stukje te gaan lopen. Het zal je goed doen. En trek iets aan waarmee je je niet al te belachelijk maakt voor de andere mensen."
Ik begrijp dat ik geen keuze heb. Op school hebben alle leerlingen een strikt programma gekregen om hun conditie op te bouwen of op peil te houden. Voor de grote zomervakantie moeten ze zoveel mogelijk rondjes lopen op het oefenplein: hoe meer rondjes, hoe meer punten. Ik zoek een sportbroekje en een los t-shirt. Naar ik me herinner staat beneden in de kelder een bijna nieuw paar loopschoenen stof te vergaren. Zo gekleed haal ik haar met de wagen op bij haar mama thuis. We gaan oefenen in het gemeentelijk park. Ze monstert me met een blik van afgrijzen van kop tot teen en schudt haar hoofd: ik heb echt geen stijl. Als ik haar goedkeuring wil wegdragen, zal ik me een eigentijdse en gepaste outfit moeten aanschaffen.
Ze blijkt een strenge leermeester te zijn. Eerst wordt er ter voorbereiding gestretcht en gewandeld om de spieren los te gooien. Mijn vroegere ervaring als jongvolwassene, toen ik zowat dagelijks vijf kilometer liep, veegt ze kordaat van tafel. Dat was van voor haar geboorte, dus prehistorie. Mijn conditie zal in zo'n lange tijd wel danig verzwakt zijn. Ik geef toe dat ze daar wel eens gelijk in kan hebben.
Eindelijk lopen we. Zij, kaarsrecht, op kop. Ik volg en puf en rochel al na enkele minuten, maar vind mijn tweede adem. Vanaf dan gaat het beter, buiten verwachting zelfs. Ik voel dat ik wat overgewicht meesleep en ben blij dat ik op het voorstel/de eis van mijn dochter ingegaan ben. Plots stopt ze abrupt.
"Wat is er, meisje? Het ging net goed..."
Ze houdt een arm in haar zij en plooit voorover.
"Jij weet niet hoe hard we in de school getraind hebben vandaag! Ik ga me niet forceren!"
"Ok, ok..."
"Alles doet pijn... Ik heb steken in mijn zij..."
"Doe maar rustig aan, liefje... We hebben de tijd..."
"Nee, paps, loop jij maar vooruit. Ik haal je wel in."
"Gaat het?"
"Jaja..." Ze maakt een afwerend gebaar. "Doe jij voort."
Ik loop verder. Al snel kom ik opnieuw in mijn tempo. Zonder op of om te kijken ren ik zonder tussenstop helemaal verder het park rond tot aan de parkeerplaats van de auto. Buiten adem leun ik tegen een muurtje, wandel daarna wat rond. Na een kwartier is Max nog steeds in geen velden of wegen te bekennen. Ik word ongerust. Nog eens tien minuten later raakt mijn geduld op. Ik spring de auto in en begin de straten rond het park af te rijden. Al snel kom ik ze tegen. Ze wandelt voort, op haar dooie gemak. Ik claxonneer. Ze komt afgeslenterd en neemt naast mij plaats.
"Waar zat je, Max? Ik werd doodongerust!"
"Paps, niet overdrijven. Ik heb gewoon wat gewandeld om mijn spieren niet te veel te belasten."
Zwijgend rijden we voort.
"Je hebt toch gestretcht nà het lopen?" vraagt ze.
"Jaja," bevestig ik.
Toch fijn dat ze ondanks haar eigen ongemak aandacht heeft voor mijn welzijn.

Geen opmerkingen: