Terwijl Alexander nog lag uit te rusten van de inspanning de dag voordien (deelname aan de Ronde van Vlaanderen voor wielerliefhebbers) en de dag zelf (kijken naar de Ronde van Vlaanderen op tv in volstrekte rusthouding vanuit onze monstersofa), begaven mijn dochter en ikzelf ons gisteren naar een uitverkochte theatervoorstelling van De Kopergieterij in Gent, getiteld: Pubers bestaan niet. Omdat ik slechts één kaartje had kunnen bemachtigen, bleef ik tijdens het stuk zitten wachten in de lobby en las in de meegebrachte roman (De Heining van Gouden Uil-genomineerde Jan Van Loy). Tijdens de bewuste voorstelling nog nooit zoveel gejoel, getier, gelach en gescandeer gehoord sinds (naar ik vermoed) de opvoering van de Stomme Van Portici in 1830. Driekwart van de toeschouwers bestond uit pubers; de makers hadden de bedoeling hen uit hun tent te lokken. Nu, het was hen gelukt: het stuk was de jongeren duidelijk op het lijf geschreven. Max kon na afloop haar laaiend enthousiasme niet onder stoelen of banken steken. Haar interesse voor toneel (spelen en kijken) heeft een nieuwe puls gekregen, wat me pleziert. Wel weinig hoofdstukjes gelezen in mijn boek wegens de overdaad aan omgevingsgeluiden.
U vraagt zich natuurlijk af hoe het gaat met mijn twee duimen, die vorige week stijf stonden van het duimen voor een goed (uitstekend) paasrapport van Max.
Laat me kort zijn: met mijn duimen gaat het goed. Ze hangen beide opnieuw los en ontspannen aan mijn handjes te wapperen. De risicovakken wiskunde en Frans, in het eerste trimester nog struikelstenen eerste klasse, zijn door mijn dochter getemd en lopen nu als makke hondjes aan haar leiband, terwijl ze kwispelend punten vergaren.
Tot mijn stomme verbazing is ze deze keer licht uitgegleden over socio-economische initiatie en aardrijkskunde. Om het in de terminologie van het laatste vak uit te drukken: ze is er even het noorden bij kwijtgeraakt. Maar niet haar humeur: we hebben samen een keiplezant weekend gehad.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten