Sporen nalaten en terugvinden

Dinsdag 7 april 2009

Zo, De Heining van het kandidaatgoudenuilprijsbeest Jan Van Loy is uit. Deze nacht in bed, lekker rustig, zo alleen (haha, alleen al de meligheid als ik dat woord alleen lees en het medeleven dat het kan opwekken! O zaligheid, de gelukzakken die momenteel een koppel vormen en zich met een zekere gezapigheid tegen elkaar aan kunnen schurken en hét eventueel doen, nadat ze elkaar hitsig gemaakt hebben met de meest erotische passages uit de laatste bedlectuur of een toevallig op het nachtkastje aangetroffen Flair! Maar in alle rust een boek lezen wordt stilaan mijn prerogatief.). Het waren korte hoofdstukjes en dat leest vlug weg. Vannacht ga ik naar bed met Wij, van Elvis Peeters of van Jeroen Olyslaegers, daar ben ik nog niet uit. Dat is toch wel duivels toeval te noemen, dat twee competente Vlaamse schrijvers, beiden opgenomen in de reclamegalerij van de Literaire Lente, ongeveer op hetzelfde ogenblik het licht zagen en hun roman Wij noemden. Zou er een vergadering aan voorafgegaan zijn?
Intussen bouwen Alexander en Max de wereld verder uit, als een titelloos boek dat steeds meer hoofdstukken telt. Mijn dochter is deze namiddag (gecontroleerd) graffiti gaan spuiten: ze begint haar sporen na te laten. Mijn zoon heeft het steeds moeilijker zijn sporen terug te vinden. Zoals zo dikwijls zal hij ook nu veel te laat thuiskomen voor het gezamenlijke avondmaal. Maar er blijven zekerheden: zijn prak staat hem in de magnetron op te wachten.

Geen opmerkingen: